Beleg en ontzet van Leiden

In de 16e eeuw is Nederland onderdeel van het Habsburgse Rijk. Maar de Reformatie krijgt vaste voet aan de grond. Mede daardoor ontstaat de behoefte zich los te maken uit de greep van de katholieke Philips II. De Tachtigjarige Oorlog breekt uit. In 1574 wordt Leiden voor de tweede keer belegerd door de Spaanse troepen. Honger en pest eisen hun tol en een derde van de bevolking sterft. Willem de Zwijger, prins van Oranje, laat de dijken doorsteken. Het omringende land komt onder water te staan. De Spanjaarden slaan op de vlucht. Op 3 oktober komen de Watergeuzen, troepen van de prins, binnenvaren. Zij hebben haring en wittebrood  bij zich om de hongerende bevolking te voeden. En tegelijk is er het verhaal van Cornelis Joppensz. Hij sluipt naar een verlaten Spaanse kampement en vindt daar een pot met vlees, uien, wortels en pastinaak, de “hutspot”.

Ieder jaar op drie oktober wordt dan ook het beleg en ontzet van Leiden gevierd met de traditionele uitreiking van haring en wittebrood, een optocht, kermis en natuurlijk hutspot.