Leidse Geleerden

Leiden heeft veel bekende geleerden voortgebracht. Hermannus Boerhaave (1668-1738) is arts, anatoom en botanicus aan de universiteit. Hij is de eerste die les geeft aan het ziekbed van de patiënt in een tijd, dat dokters vaak nog hun diagnose stellen door de urine van de zieke te bestuderen.

De 19e en vroege 20e eeuw zijn hoogtij-dagen voor de natuurkunde. Hendrik Lorentz wordt in 1878 hoogleraar in de theoretische natuurkunde en in 1902 wint hij, samen met Pieter Zeeman, de Nobelprijs voor Natuurkunde. Zijn collega Heike Kamerlingh Onnes zal beroemd worden, omdat in zijn laboratorium in 1908 het absolute nulpunt wordt benaderd, waardoor Leiden nog jarenlang te boek zal staan als “de koudste plek op aarde”. Het is Einstein, die in zijn jonge jaren solliciteert bij Kamerlingh Onnes, een briefkaart die de hoogleraar nooit beantwoordt. Als Einstein eenmaal zijn sporen heeft verdiend komt hij regelmatig naar Leiden als gastdocent.

Johan Huizinga, auteur van Herfsttij der Middeleeuwen, doceert vanaf 1915 algemene geschiedenis aan de Leidse universiteit.